Het lef om te falen.

Jan Hendrik Croockewit

Research & development

Een deurbel heeft iedereen. Een deurbel die automatisch de deur voor zorgverleners opent niet. Maar die wil vast wel iedere thuiszorginstelling hebben, dachten wij. Zodat zorgverleners niet meer met honderden sleutels hoeven rond te lopen. Nou niet dus. Of eigenlijk wilden ze wel zo’n bel en de cliënten zagen het ook zitten, maar niemand wilde ervoor betalen. Zo kwam het dat het meest geavanceerde product op deze aarde toch faalde.

Aantal verkocht: nul
Het grootste probleem van onze klanten was zorgregistratie: het registreren van de geleverde zorg door thuiszorgmedewerkers aan cliënten en die uren declareren aan de zorgverzekering. Toen we dat probleem hadden opgelost met ons product iO, hoorden we van klanten dat de bossen sleutels waar zorgverleners mee rondliepen hun op één na grootste probleem waren. Want iedere cliënt met personenalarmering en iedere cliënt die zelf de deur niet meer kan openen, geeft een sleutel aan de thuiszorginstelling. Maar zie die maar eens logisch te ordenen zodat je meteen de juiste sleutel bij de hand hebt als je als verzorgende met spoed de deur moet openen! Best lastig. Daar wilden wij een oplossing voor bieden. Bovendien wilden we ons ook op dit gebied met hardware onderscheiden en de concurrentie voorblijven. Dus bedachten we de iO Bell: een technisch hoogstandje waarmee we de tweede prijs wonnen op het eerste nfc-congres in Monaco. Maar waarvan we er uiteindelijk nul verkochten.

Hoe kon het ‘meest geavanceerde product op deze aarde’ toch falen?

Een droombel
Aan de buitenkant van een huis wil je niet laten zien dat een cliënt hulpbehoeftig en kwetsbaar is. Daarom zag onze iO Bell er van veraf uit als iedere bel. Als je op de knop drukte, ging niet alleen de bel maar zag je ook een mooi lichtspel van veranderende kleuren door de knop heen. Zorgmedewerkers die toegang tot het huis hadden, hielden dan hun telefoon voor de bel waarna via de internetverbinding van de telefoon aan onze software gevraagd werd of deze zorgverlener bij dit huis naar binnen mocht. Was het antwoord ‘ja’ doordat diegene als toelaatbaar geregistreerd stond, dan werd het slot ontgrendeld. Of de sleutel werd via een dispenser aangereikt. Zo konden zorgverleners direct en zonder gezoek naar de juiste sleutel naar binnen. ‘Gewone’ bezoekers konden dezelfde bel gebruiken om aan te bellen en te wachten tot er open werd gedaan. Wat ook bijzonder was, was dat de software registreerde welke geautoriseerde persoon wanneer het huis binnen was gegaan. Zo konden de cliënt en de zorginstelling dat altijd terug vinden.

iO Open

Probleem van jou, probleem van mij?
Maar waarom wilde niemand onze iO Bell nou kopen? Omdat niet duidelijk was van wie het probleem was. De zorgverleners hadden last van hun enorme sleutelbossen en het zoekwerk dat daarbij hoorde. Maar de zorginstelling wilde niet zomaar honderden iO Bellen gaan aanschaffen en installeren bij hun cliënten vanwege de kosten die dat met zich meebracht. Die waren in verhouding vrij hoog als iemand niet lang meer te leven had of juist wanneer iemand binnen korte tijd weer zelf de deur open zou kunnen doen. Dan was het zogezegd ‘de investering niet waard’. Dus besloten deze zorginstellingen dat het een probleem van de cliënt was. Want die moest er maar voor zorgen dat de zorgverlener naar binnen kon. Maar de cliënt zag het probleem al helemaal niet. Hun zoon, buurvrouw en familie hadden ook een sleutel. Dan konden ze de zorgverlener toch ook gewoon een sleutel geven? Al met al ging het probleem zo van het kastje naar de muur. Maar werd er geen oplossing gevonden. En dan is het de kunst om er snel mee te stoppen.

Tijdens een wandeling besloten we dit product te gaan maken en tijdens een lunch om ermee te stoppen.

Stop!
Dat hebben we gedaan: stoppen met het hele project. Want ook al waren we zelf dolenthousiast en wisten we zeker dat ons product een unieke oplossing voor een veelvoorkomend probleem bood. Daar moet je je niet blind op staren: geen kopers betekent geen kopers. En dan komt de platte organisatiestructuur van Nedap goed van pas. Terwijl in andere grote organisaties vaak veel managementlagen aanwezig zijn. Daardoor verzanden nieuwe ideeën vaak in ellenlange overlegsessies waarin vooral gezocht wordt naar redenen om iets niet te doen. Daar is bij ons gelukkig geen sprake van. We besloten tijdens een wandeling om dit product te gaan maken en toen bleek dat het niet verkocht besloten we tijdens een lunch dat we de stekker eruit trokken. Want om de concurrentie voor te blijven moet je durven beslissen om iets te doen. Maar daarbij is het net zo belangrijk om te durven beslissen om ermee te stoppen. En ja, dat kun je dan als falen zien. Wij zagen achteraf wel dat we ons bij het ontwikkelen van de iOBell te veel hadden laten leiden door de angst dat de concurrentie ons in zou halen. Maar we denken ook wel eens dat de iOBell onbedoeld onze beste marketingactie tot nu toe was. Want deze oplossing leverde ons toch nieuwe klanten op, alleen al doordat zij zagen dat wij meedachten over bestaande problemen en daar technisch gezien de juiste oplossing voor konden bieden.

Nedapper Jan Hendrik Croockewit
‘In 2000 ben ik bij Nedap begonnen met de marktgroep Nedap Healthcare, als een soort eenmanszaak. Inmiddels werken we hier met ruim zeventig man dankzij het succes van onze producten. In het begin was ik vooral aan het verkopen. Nu ben ik verantwoordelijk voor Research & Development binnen Nedap Healthcare. Inmiddels verkopen de producten zich grotendeels vanzelf, mede dankzij de inzet van ons verkoopteam natuurlijk!. Daarom werken we nu met een enthousiast, jong team vooral aan de ontwikkeling van onze bestaande en nieuwe producten.’